Verboden delicatesse in het Groene Hart, Trouw, 31 augustus 2016

Er zitten te veel Amerikaanse rivierkreeften in de wateren van Zuid-Holland. Vissers willen ze grootschalig als delicatesse gaan verkopen. Maar officieel mag er nog niet op gevist worden.

Kapotte, kale oevers en aangevreten waterplanten. Het is een triest gezicht. Maar in het Groene Hart staan ze er niet meer van te kijken. Dit is het werk van de Amerikaanse rivierkreeft, inmiddels een oude bekende in de Zuid-Hollandse wateren. In de jaren tachtig werd het schaaldier, dat zijn oorsprong in de Mississippi vindt, voor het eerst in Nederland waargenomen. Vermoedelijk dankzij een aquariumhouder die er genoeg van had.

Het beest is schadelijk voor de Nederlandse flora en fauna. Het graaft holletjes in oevers en eet zowat alle plantjes op. Daarnaast draagt het de kreeftenpest met zich mee. Een ziekte waar de Europese rivierkreeft niet tegen bestand is, waardoor die in Nederland nog nauwelijks voorkomt. In tegenstelling tot zijn Amerikaanse vijand. In het Groene Hart wemelt het van de roodkleurige schaaldieren. Per hectare vind je er tot achthonderd kilo kreeft, nergens zitten er zo veel. De Amerikaanse rivierkreeft gedijt namelijk het best in stilstaand of langzaam stromend water.

Maar naast een vijand voor het Hollandse ecosysteem, is de Amerikaanse
rivierkreeft ook een populaire delicatesse. In Louisiana kweken ze het kreeftje op grote schaal en ook in Scandinavië is het beest gewild. Het levert al snel zo’n 5 euro per kilo op. Toch zijn hier, ondanks het overschot, nauwelijks vissers die zich op de Amerikaanse rivierkreeft richten. Officieel mag je er in ons land namelijk niet op vissen. Het dier is door de Europese Unie op een lijst gezet met ‘invasieve exoten’, buitenlandse beesten die oorspronkelijk niet uit Europa komen. Op die lijst staan dieren en planten waarvan de vangst en het vervoer verboden is.

Om dit verbod te omzeilen moet het ministerie van economische zaken een beheerplan indienen in Brussel en de commerciële vangst daarin opnemen. Maar dat plan is er niet. Nog niet in ieder geval. Sinds het verbod op 3 augustus inging, voert staatssecretaris Van Dam daarom een gedoogbeleid.

Kreeftenvisser Hans van der Laan uit Reeuwijk vond veertien jaar geleden voor het eerst een Amerikaanse rivierkreeft in zijn net. Sinds een paar jaar probeert hij een serieuze handel op te zetten. Maar zolang er geen duidelijke regelgeving is, weten hij en vissers elders in het land niet waar ze aan toe zijn. De fuiken die hij nu gebruikt zijn eigenlijk bedoeld voor paling. Tegelijkertijd brengt investeren in speciaal vistuig risico met zich mee, zolang er nog geen beheerplan is. Een grootschalige, commerciële vangst opzetten is lastig.

Van der Laan pacht 250 hectare viswater in de Bloemendaalse polder, vlakbij Gouda. Daar haalt hij elke week zo’n tweehonderd kilo rivierkreeft naar boven. Hij zou dat makkelijk kunnen verviervoudigen. Wat hij vangt brengt hij naar zijn compagnon in Hardinxveld-Giessendam. Die slijt de rivierkreeft vervolgens aan restaurants, groothandels en viswinkels. Onlangs exporteerde hij zelfs een kleine lading naar Dubai. Continuïteit kan de visser echter niet garanderen zolang er geen beheerplan is. Maar als dat er eenmaal is, dan zou dit rode beestje de Goudse kaas wel eens van de troon kunnen stoten, als dé delicatesse van het Groene Hart, vermoedt hij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *