Eén hectare grond, is dat genoeg om een boerenbedrijf tot een succes te maken? Wel als je iets speciaals verbouwt, dacht de Zeeuwse Dieneke Klompe. Ze kweekt eetbare bloemen.

Boerin Dieneke Klompe houdt even pauze. Ze schenkt voor zichzelf koffie in, haar gasten krijgen steevast ‘iets te drinken uit de tuin’. Vandaag staat er thee op het menu, van naar citroen geurende verveineblaadjes. Dit is zo’n zeldzaam moment van de dag waarop Klompe níet op haar knieën tussen de gewassen zit.

Bloemen zijn als ochtendmensen 
Het is twee uur ’s middags, maar voor de boerin zit er al een lange werkdag op. “Zodra de zon opkomt, ga ik uit bed.” In de zomer is dat vroeg, heel vroeg. Elke dag. “Bloemen en planten zijn als ochtendmensen”, zegt ze. “In die eerste uren zijn ze op hun best: lekker fris en fruitig. De beste tijd om te oogsten.” Ze zorgt zo goed mogelijk voor haar ‘kindjes’. Zo gebruikt ze geen bestrijdingsmiddelen en nauwelijks mest. “Het gevolg is wel dat ik de halve dag onkruid wied, met de hand. Maar dat heb ik er voor over.”

De Zeeuwse realiseert zich dat haar werkwijze niet voor iedere akkerbouwer mogelijk is. “Ik heb één hectare, mijn buurman heeft er tachtig. Ik kan veel meer aandacht besteden aan wat er op mijn land groeit, geef het gewas de tijd om te groeien. Als ik een nieuwe soort plant, duurt het soms drie jaar voordat ik er werkelijk iets mee kan doen. Omdat mijn bedrijf zo klein is, is het geen optie om naast de productie van al die andere boeren de zoveelste aardappel te verbouwen. Daarom richt ik mij al sinds het begin op een nichemarkt. Ik teel bijzondere zaken voor de restaurants. Dat kersje op de slagroom, dat is van mij.”

Werk gaat voor alles
Tot voor kort stond de Zeeuwse, die opgroeide in een boerenfamilie, nog voltijd voor de klas. Dat ze graag wilde boeren, wist ze al jaren. In 2007 kocht ze daarom een hectare grond vlakbij het dorp Zonnemaire. Dat was niet meer dan een braakliggend stuk land. Inmiddels staan er kassen, een woonhuis en is er een ontvangstruimte voor haar gasten. Want, zo af en toe, als ze er tijd voor heeft, geeft Klompe een rondleiding of workshop. Toch gebeurt dat niet vaak. “Als ik dat elke dag zou doen, houd ik geen tijd meer over om te werken.” En dit werk gaat vóór alles, besloot ze twee jaar geleden, toen ze ontslag nam op school.

Klompe wandelt over haar erf. Een zee van kleurrijke bloemen golft in de wind. Ze kweekt ongeveer dertig soorten eetbare bloemen. “Het is een vak apart”, vindt ze. “Negentig procent van alle bloemen is giftig. En de verschillen zijn erg klein, die moet je echt kennen. Zo is de naar sla smakende daglelie, een klein bloemetje met puntige blaadjes, eetbaar en zelfs erg lekker. Terwijl sommige andere bloemen uit de leliefamilie hartstikke giftig zijn.”

Geen supermarktbloemen 
Ze wijst ook op de oranjeachtige Oost-Indische kers. “Veel mensen zien dit plantje als onkruid, terwijl je zowel de bladeren, bloemen als de vruchten kunt eten. Het bloemetje smaakt een beetje peperig. En door de grote hoeveelheid vitamine C, is het ook nog eens ongelooflijk gezond.”

Niet elke eetbare bloem is per se lekker, ontdekte de boerin de loop der jaren. “Sommige zijn gewoon mooi als decoratie op de salade of in de soep. De goudsbloem bijvoorbeeld, heeft niet bepaald een uitgesproken smaak. Je kunt het blad en andere delen van de bloem wel eten, maar ze voegen weinig toe. Maar de blaadjes zijn mooi van vorm. Koks gebruiken ze als strooisel, gewoon voor het leuke, kleurrijke effect. Ook in warme gerechten houden ze hun kleur vast.” De gedroogde blaadjes van de goudsbloem vind je ook terug in natuurwinkels, voornamelijk verwerkt in kruidenthee.

Van de saladebloemetjes die afgelopen Pasen bij supermarkten als Albert Heijn in het koelvak lagen, is Klompe minder gecharmeerd. “Ik zag er Afrikaantjes tussen. Die bloeiden rond die tijd helemaal niet in Nederland. Zonde dat supermarkten het zo ver van huis zoeken, en zo weinig duurzaam. Dat is nergens voor nodig, kijk eens in je eigen achtertuin.”

Zeldzame zeekool
Aan uitbreiden doet Klompe niet. Het blijft wat haar betreft bij die ene hectare. “Ik specialiseer mij wel steeds meer. Ik begon met een paar soorten bloemen, groente en kruiden en dat worden er steeds meer. Dat kan makkelijk op de oppervlakte die ik nu heb. In plaats van één soort tomaat, teel ik die nu in alle soorten, maten en kleuren.”

Een mooi experiment is het perceeltje zeekool dat naast de bloemen groeit. Dat is een ziltige koolsoort die in Nederland nog zeldzaam is. “Deze lichte kleigrond, zo vlakbij zee, blijkt heel geschikt.” In het begin ging Klompe met een kist vol producten de hort op, langs alle restaurants in de omgeving. Inmiddels komen chef-koks naar haar toe, welke vertelt ze liever niet. “Ik wil niet meeliften op de grote naam van een sterrenkok. Ik doe dit op eigen kracht”, zegt ze. Zowel chefs mét als zonder sterren komen bij haar op de koffie. Iedereen is welkom.

Ze krijgt ook weleens aanvragen van grote bedrijven, maar die verzoeken slaat ze vriendelijk af. “Als je zaken doet met zo’n organisatie, moet je je schikken naar hun voorwaarden. Dat wil ik niet, ondanks dat het een flink bedrag oplevert. Juist het persoonlijke contact, het sparren met creatieve gelijkgestemden, dat maakt me gelukkig.”